Met regelmaat heb ik een trieste dag
zo zwaar als lood en haast niet door te komen
gevuld met bitterzoete onderstromen
en zoute tranen, soms een wrange lach.

Zo’n dag waarvan ik enkel maar kan hopen
dat hij voorbijgaat zonder ongeluk
of ander soort ellende aan mijn juk;
hij kan niet vlug genoeg zijn afgelopen.

En ’s nachts in bed -getreiterd door fantomen-
waar ik nog steeds die zwarte spinsels vlecht
in plaats van kalm en rustig weg te dromen,

voel ik haar warmte naast me en ze zegt
heel zachtjes met haar lippen bij mijn oor
~Slaap lekker schat, het wordt wel beter hoor.~


(Schilderij Toulouse-Lautrec 'In bed'1893)

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Betweter

Kees was in onze stamkroeg niet geliefd
Hij snapte niks maar legde alles uit
Waardoor hij steeds de atmosfeer verpestte

Zo'n iets te hooggegrepen ijdeltuit
De bron van al zijn kennis was Het Beste
Hij zoog die halfbegrepen weetjes op

We deden soms wel eens een kleine geste
En riepen: 'Kees, verdomme hou je kop!'
Hooghartig zweeg hij dan en keek gegriefd

Ik zie hem nooit meer, maar denk vaak aan Kees
Vooral wanneer ik Harry Mulisch lees 

(De Light scheurkalender 2004)