Hoe vertel ik het mijn zoontje

‘k Weet niet hoe ‘k het uit moet leggen
aan mijn zoontje Hendrik Jan.
Hoe zal ik dat jochie zeggen
dat hij naar Piet fluiten kan.

‘k Voel me niets op mijn gemak
als ik straks mijn zoon verlak.
‘k Voel me niets op mijn gemak
als ik straks mijn zoon verlak.

‘k Zal toch iets moeten bedenken
wat ik straks zeg tot mijn zoon,
zonder hem het hart te krenken
op een milde warme toon.

Ja dat wordt een heel gedoe
wat ik zeggen moet en hoe.
Nou dat wordt een heel gedoe
wat ik zeggen moet en hoe

‘k Denk dat ik hem ga vertellen
~Zwarte Piet die stak de moord.~
Maar ik kan welhaast voorspellen
hij gelooft daarvan geen woord.

Ik voorvoel reeds zijn verdriet
als hij blanke Knechten ziet
Want begrijpen zal hij ’t niet;
hij hoort zwart te zijn, die Piet!

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Het gedicht


(Caspar David Friedrich, 1835, Herfst)

Hoge bomen aan het water
neigen zwijgend in de wind.

Donk're bossen, wijdse heiden,
liggen stiller, zonder zon.

Regen veegt verstoorde sporen
van de langbegane laan.

Stormen vormen kwade dagen,
kraaien waaien uit hun huid.

Oude houten kromgetrokken
struiken buigen tot de grond.

Grijze zwijnen, samengaande,
zoeken voedsel als het kan.

Op de grond, de vele beestjes
zijn verscheiden, afgemat.

Witte vissen onder golven,
in de kilte trager gaand.

Buiten luiden gakgezangen,
tomen vogels trekken weg.

Langverwachte keuren kleuren
maken blaad'ren wondermooi.

Voel de koelte van de nachten,
binnen is het heerlijk weer.

Lekker herfstig zijn de tijden,
witte winter gonst z'n komst.