Toen ik als kleine jongen eens per jaar ter kermis ging,
kreeg ik van Oude Oma twee rijksdaalders te verteren.
Dat was een godsvermogen om in één dag te spenderen
aan draai en zweef en suikersuikerspin en menig ander ding.

Als ik mijn ogen toedoe zie ik nog steeds in mijn geest
hoe Jack Ladero, bijgenaamd ~Het Knetterende Beest~,
zijn rondjes draaide in de kuip, tot boven aan de rand
op klapperende duigen van de houten steilewand.

Maar tot het allerlaatste hield ik altijd vijftig cent,
dat was de prijs van toegang tot die fel gekleurde tent
waar vreemde mensen huisden en die mocht je dan bekijken,
al hoopte je hartgrondig nooit op één van hen te lijken.

De vrouw met baard, ik weet het nog, die vond ik heel bijzonder,
maar toch, de man met borsten was voor mij een wereldwonder.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Coronavrij

Corona wiki
Wikimedia Commons
 
Er is geen klant bij ons in het café
Die er nu nog een touw aan vast kan knopen
Al is het feest om tien uur afgelopen
Coronavrije Pubquiz! Doe maar mee!
 
Het antwoord op vraag één dat zag je thuis
Voor wie tenminste goed heeft opgelet
En Rutte niet meteen heeft uitgezet
Het gaat, je kent haar, over Irma Sluis
 
Hoe vaak de tolk dat foute kuchje gaf
Voor een keer: Kapje óp, twee: Kapje áf!