De Dagpauwoog net uit de pop gekropen
Keek met verbazing naar de warme zon
En vouwde toen voor ’t eerst zijn vleugels open
En merkte dat hij ook al vliegen kon

Hij dwarrelde langs bomen en langs bloemen
En rustte even op een Ribesstruik
En dacht: ~Wat is dat wat ik hierzo ruik~
Al leek het goed, hij kon het niet benoemen

Maar hij had trek, dus ging hij even proeven
En hoe dat moest, dat zag ie van een bij
En dacht: ~dat is een koude kunst voor mij
Ik kan mijn tong heel ver mijn mond uitschroeven~

En toen hij van de nectar zat te likken
Kwam er een specht hem voor de lunch oppikken

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Verbeteringsgesticht

Mijn vader gaf me nooit een compliment,
wellicht uit angst me grondig te verpesten.
Wel pakken slaag kreeg ik, als om te testen
of ik hem liefdevol bleef toegewend.

Mijn moeder mepte ook, minder frequent,
want ze las nooit Spock’s opvoedingsattesten.
Vriendinnen kregen slaag en huisarresten,
dat was die tijd een fluitje van een cent.

“Ik stuur je naar ’t verbeteringsgesticht
als je zo doet,” zei pa. Op zijn gezicht
 verried een twinkeling een practical joke.

“Wat is dat voor iets?” was dan steeds mijn vraag.
“Een hele strenge school met altijd slaag.”
“Ook als je niets gedaan hebt?” Ja, dan ook.

 

Uit De ziel is een  pannenkoek, een autobiografie in sonnetten.