DICHTER
 
De laan waarin we woonden
had geen eind en geen begin,
en alles wat bestond lag daar
voor altijd tussenin.
 
We kenden elke tegel, alle bomen,
begroeven schatten in de grond.
In eenendertig stappen bij elkaar,
ons zakmes sloot een bloedverbond.
 
Kunnen we nog eens teruggaan,
al is het voor één dag?
Buiten spelen, of met de racebaan,
dat groot zijn eventjes vergeten.
 
En dan blijven voor het eten,
als het van je moeder mag.
 
 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Verlanglijstje

verlanglijstje
Pixabay
 
Ik ben niet meer de keizer van het bal
Maar kwetsbaar als de rest van de natuur
En daardoor onderhevig aan verval
Kreeg klachten, kwalen, pijntjes ook, in tal
Zoals tweezijdig staar, en dat was zuur
 
Ik werd een zwalkend stuurman zonder stuur
En ging al schrijvend door een peilloos dal
Geplaagd door een vervagend clair-obscur
Sloeg ik een haast dyslectisch rampfiguur
En was van koning Taalfout topvazal
 
Nu zou ik – bij mijn trifocale lenzen –
Een spelling-app in mijn geheugen wenzen