Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

800px Sprookjes van Bechtstein t Dwergenmutsje Freddie Langeler
Bron: Wikimedia Commons
 
Er waren twee kabouters,
ze heetten Ruw en Bot.
Ze maakten altijd ruzie
en daarbij ook veel kapot.
Ze trapten tegen bomen aan
en scholden vogeltjes verrot.
Zo doolden ze maar door het woud,
dreven met iedereen de spot.
Ze kwamen bij een kleine hut
met een bordje: ‘Hier woont God’.
Een man met baard stond voor de deur
en Bot riep: ‘Ha, een ouwe zot’.
Ruw gaf de oude man een duw …
nu volgt een wending van het plot.
Met zachte hand greep God toen in,
de ventjes werden Lief en Lot.
Het zijn nu vriendelijke elfjes,
hun mondjes zitten wel op slot.
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Naar god-weet-waar, naar niemandsland*

 

De dichter van
Absurdistan
Is op zijn laatste reis gestrand

De laatste kaars
Is in zijn aars
Tot aan het streepje opgebrand

*Regel uit een gedicht dat Komrij schreef voor de poëzieroute in Leeuwarden