Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Mijn tante Johanna – God hebbe haar ziel –
Was dik in de tachtig toen zij nog beviel
‘Ja echt, ik voel leven’ zei tante ontdaan
En is toen terstond naar de huisarts gegaan

Die hoorde diep in haar omvangrijk postuur
Een hoogst onverklaarbaar geschuif en geschuur
‘Geen man en toch zwanger’ riep tante verheugd
‘Dit is de beloning voor kuisheid en deugd’

Zij was onbevlekt, als een non in een kluis
Voor vleselijk feesten gaf tante niet thuis
Geen vinger had ooit haar wellustig beroerd
In iedere man zag zij altijd een ploert

‘Moet ik mij ontkleden?’ vroeg tante benauwd
Híj was dan wel huisarts, maar zíj niet getrouwd
De dokter deed echter geen zwangerschapstest
Maar trok uit haar buikplooi een wandluizennest

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

April


De witte Sneeuwklok aan het eind van haar Latijn
Is zichtbaar drachtig van met zaad gevulde koppen
De Blauweregen zwaar van honderdduizend knoppen
Ontluikt haar ogen in een waas van blauw satijn

De Rododendron staat op barsten van het paars
En de Hortensia bebladert teer haar stokken
De Schoenlapplant ontdoet zich van haar wintersokken
En steekt haar voeten in een purp’ren voorjaarslaars

Dan krimpt de wind en ieder grijpt weer naar zijn wanten
De kou slaat toe en nachtvorst rijpt op plant en struik
De thermometer maakt een diepe steile duik
En hagelstenen springen op naar alle kanten

Maar wees gerust, zo’n koustuip is van korte duur:
De zon haar noorder declinatie groeit per uur