Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Er zijn soms heel gewone zaken
die men niet makkelijk bespreekt
Ik noem hier broedermoord of braken
waarbij plots menigeen verbleekt
Ik wil echter een poging wagen
te spreken over man en paard
Weet wel, ik wil u niet mishagen
Daarvoor ben ik te fijnbesnaard

Graag wil ik u iets laten weten
over het fenomeen ‘bidet’
Soms ook wel sjiek ‘bidèh’ geheten
want zo noemen de Fransen het
Het voorwerp dat hier wordt beschreven
heeft een ovale bovenrand
Meestal keramisch vormgegeven
en passend bij uw onderkant

De spoelgang voor uw achtersteven
wordt er geregeld met een kraan
die zowel koud als warm kan geven
wat prettig is voor uw orgaan
Hoewel soms nogal preutse lieden
het als een voetenwasbak zien
heeft het bidet u meer te bieden
als een intieme wasmasjien

De warme straal besproeit uw delen
als een fontein van overvloed
Laat het uw kruis opwekkend strelen
Dat is veel fijner dan uw voet
De Italianen en de Fransen
hebben het ding in ieder huis
Zij werken, slapen, vrijen, dansen
met een fris schoongewassen kruis

Waarom heeft men hier in het noorden
zo’n nuttig voorwerp niet paraat
Het is gewoon te gek voor woorden
dat er bij u niet eentje staat
Het is voor man en vrouw een zegen
en lekkerder dan overspel
Zo’n beurt heeft u nog nooit gekregen
bij gigolo of lellebel

Privé, erotisch, steeds voorhanden
Wat let u, koop ‘m nog vandaag!
Voor arm en rijk in alle standen
Maar, doe uw broek wel eerst omlaag

Kees 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Verre landen

 
Groot, die kersenboom, en dik.
Wie erin klom? Ja hoor, ik!
Mijn armen stevig om de stam,
ik keek zo ver als ik nooit kwam.

Ik zag de buurtuin van heel hoog,
een bloemenpracht kreeg ik in ’t oog.
En nog meer moois kwam voor de dag
dat ik niet kende of ooit zag.

Ik zag de lucht weerspiegeld in
rivierenblauwe kronkeling;
het stoffig stuiven, heen en weer,
van wegen met hun druk verkeer.

Als ik een hogere klimboom vond
zag ik nog verder in het rond,
tot daar waar de rivier volgroeid
in heel de zee vol schepen vloeit.

Tot waar de weg aan elke kant
nog doorloopt tot in sprookjesland,
waar elk op tijd aan tafel gaat
en al je speelgoed met je praat.
 
 

Foreign Lands

Up into the cherry tree
Who should climb but little me?
I held the trunk with both my hands
And looked abroad on foreign lands.

I saw the next-door garden lie,

Adorned with flowers, before my eye,
And many pleasant places more
That I had never seen before.

I saw the dimpling river pass

And be the sky’s blue looking-glass;
The dusty roads go up and down
With people tramping in to town.

If I could find a higher tree

Farther and farther I should see,
To where the grown-up river slips
Into the sea among the ships,

To where the roads on either hand

Lead onward into fairy land,
Where all the children dine at five,
And all the playthings come alive.
 
Robert Louis Stevenson (1850-1894)