Clotho heeft haar draad gesponnen van je moeder's navelstreng
In de grote boze wereld, ook al ben je klaar, best eng
Jij doet dan je ogen open, ziet het eerste levenslicht
Achter je nog vaag de haven, die verdwijnt uit het gezicht

Lachésis  had reeds gemeten, wist hoe lang jouw draad zou zijn
Welke bochten, welke kronkels, welke blijdschap welke pijn
Langs het pad gelegen waren, door het lot voor jou bereid
Nu eens blijdschap, dan verdriet, geloof, hoop, liefde op zijn tijd

Atropos was het tenslotte, die jouw draad dan heel kordaat
En voor altijd door zou knippen, waarna jij niet meer bestaat

Wie door nagelaten oeuvre, als hij zelf is heengegaan
Anderen nog blijft beroeren, heeft het beregoed geDaan

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Daar was e wuf die spon

 

 
Daar was e wuf die spon,
Daar was e wuf die spon,
Al op een houten spinnewiel,
Daar zat geen torteltje aan
Vive la peperbusse, vive la spa,
Tra – la – la – la,
Gize – gaze – goeze
Ron – flon – floe – ze,
Tra – de – ra – de – ra

Haar mutse stoeg verdraaid,

Haar mutse stoeg verdraaid
Gelijk een Hollands molentje
Die met al windeke draait
Vive la peperbusse …

Dat wuf had e – nen zin

Dat wuf had e – nen zin
Als zij ’s morgens buiten kroop
’s Avonds kroop zij in
Vive la peperbusse …

Dat wuf had e – nen man

Dat wuf had e – nen man
Des zondags heet hij Pieter
Des maandags heet hij Jan
Vive la peperbusse …

Daar was e wuf die spon. Kinderliedje opnieuw berijmd

Er was er eens een dame die een spinnenwiel bezat
Ze vond het heel niet erg dat het geen torteltje meer had
Ze droeg altijd een hoedje en dat draaide op de wind
Het leek haast wel zo’n molentje dat je in Holland vindt

Ze was een vrolijk typetje en altijd blij van zin
En stapte opgewekt uit bed en ging er zo weer in
Ze had een bijdehante man die kwam haar goed van pas
Des zondags heet hij Arie en op maandag heet hij Bas