Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Te deksel! Sprak de dominee, ze gaan er weer beginnen,
die homosensuelen. Hier, het staat zelfs in de krant!
Heel Amsterdam raakt deze dag weer roze, en buiten zinnen,
dat moet maar kunnen, vindt men, in dit onvolprezen land.

Maar dominee—Veronica gaat tevens naar de gaypraait,
al éénentwintig jaar! Aldus de kwieke dames Groen.
Ze is nu eenmaal 'n schaap dat graag met alle winden meewaait,
en éénmaal in het jaar wil toch eenelk zonder fatsoen...

Erachteraan! Kreet dominee, en rende al naar buiten,
dat arme schaap... hij epte onderweg de dames Groen:
waar vind ik nu Veronica, daar bij die bipsschavuiten?
—Probeer de spijkerbar, en geef dat schaap van ons een zoen.

Maar Amsterdam is groot. De dominee liep door de straten.
Ik zoek Veronica! Riep hij in een verschaald café.
Geen schaap—slechts devianten en halfnaakte onverlaten,
wat blote billen botsten op een fletse canapé.

De zaak ontvlucht toog dominee op schaapzoektocht ter Wallen.
Daar was de spijkerbar, aldus een diva op een boot.
De meute om hem heen begon te hossen en te lallen.
Maar wacht! Was dat Veronica, vomerend in de goot?

Hosanna! Riep de dominee, nu heb ik u gevonden!
Wat is er, bent u ziek? 't Was vast die oude bonensla.
Nee, hikte ze, ik sta hier slechts de feestdag af te ronden,
straks moet ik langs de Albert Heijn voor tri en blanke vla.

Het beest in mij is uitgelaten. Kijk—het gaat weeral.
Ziezo, zei 't schaap Veronica. Tijd voor een kir rwajal.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Dracula



Ik lig te woelen in mijn graf,
Maar kan de dood niet vatten.
Ik wacht het niet meer langer af,
En neem de kuierlatten.

Een zwoele nacht met volle maan,
Wel duizend sterren blinken.
Daar komt een oud-collega aan,
Ik kan zijn bloed wel drinken.

Het liefste drink ik maagdenbloed.
Maar dat is niet voorhanden.
Dus doe ik mij aan hem tegoed
En eet met lange tanden.

De hele nacht door heb ik trek
Ik moet mijn honger stillen.
Ik bijt een jogger in haar nek
Nog voordat ze kan gillen

Na drie verliefde stelletjes
Een rat en een bejaarde,
Vind ik het wel weer welletjes
En kruip ik in de aarde.