Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent



Opzij, het blaasensemble komt eraan
Hun woest geloei is al van ver te horen
In strakke linie schrijden ze naar voren
Ze zijn door niets en niemand te verslaan

Geen mens kan nog een zinnig woord verstaan
Ook zij niet, met die doppen op hun oren
Ze laten zich door weer of wind niet storen
Hun echelon zal blazend voorwaarts gaan

Hun instrumenten wervelend paraat
Zo wordt de buurt van bladafval bevrijd
Maar vluchtig is hun smetteloze spoor

Als Sisyphos gaan zij voor altijd door
Eén zuchtje wind - 't is lucht en ledigheid -
Daar dwarrelt al hun werk weer over straat

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

4 Staatslieden: Thorbecke (1798 – 1872)

Klassiek geschoolde steile koopmanszoon,
een stugge jongen, mager rond de kaken,
zijn geest was niet geschikt voor vader’s zaken:
hij sprak Latijn op conversatietoon.

Een reis door Duitsland was zijn studieloon,
waar Sehnsucht zijn gevoelens deed ontwaken.
Hij vond daar die Geschichte als zijn baken,
de wereld in organisches patroon.

Dat beeld van een moderne maatschappij
werd basis van zijn liberale denken
in staatscommissies en ministerraden.

Voor ’t eerst minister was ‘De Thor’ toen hij,
­– men wilde zijn programmaloosheid krenken –
pragmatisch uitriep: “Wacht op onze daden”.

Koop koop koop