Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

 Morgenstern, screenshot

Leestekenland kan niet meer bogen 
op een volmaakte maatschappij. 
 
De komma en de punt betogen: 
‘Puntkommavolk draagt nooit wat bij!’ 
 
Meteen vormt zich een actiefront: 
de Weg-met-de-puntkomma-bond. 
 
De vraagtekens zijn weggeslopen, 
die houden graag hun opties open. 
 
Snel smoort men tussen accolades 
’t gekreun en de jeremiades 
 
van de puntkomma’s, en met haken 
voorkomt men dat ze stennis maken. 
 
Dan komt het minteken, en baf! 
– het trekt ze van het leven af. 
 
De vraagtekens zijn terug en kijken 
hoofdschuddend naar de verse lijken. 
 
Maar ai! de strijd is niet gedaan: 
gedachtestreep valt komma aan – 
 
en snijdt hem snoeihard door de hals 
zodat hij – na onthoofding – als 
 
puntkomma, dodelijk verwond, 
zijn bloed mengt met die op de grond. 
 
Men draagt de beide typen stakkers 
in stilte naar de dodenakker. 
 
Wat rest van de gedachtestreepjes 
sluit zwijgzaam aan, met zwarte sleepjes. 
 
Het uitroepteken preekt van vrede, 
dubbelepunt deelt pepermunt; 
 
bevrijd van komma-achtigheden 
sjokt men naar huis: streep, punt, streep, punt… 

Christian Morgenstern (1871-1914)


  
Im Reich der Interpunktionen 
 
Im Reich der Interpunktionen 
nicht fürder goldner Friede prunkt: 
 
Die Semikolons werden Drohnen 
genannt von Beistrich und von Punkt. 
 
Es bildet sich zur selben Stund’ 
ein Antisemikolonbund. 
 
Die einzigen, die stumm entweichen, 
(wie immer), sind die Fragezeichen. 
 
Die Semikolons, die sehr jammern, 
umstellt man mit geschwungnen Klammern, 
 
und setzt die so gefangnen Wesen 
noch obendrein in Parenthesen. 
 
Das Minuszeichen naht und – schwapp! 
Da zieht es sie vom Leben ab. 
 
Kopfschüttelnd blicken auf die Leichen 
die heimgekehrten Fragezeichen. 
 
Doch, wehe! neuer Kampf sich schürzt: 
Gedankenstrich auf Komma stürzt – 
 
und fährt ihm schneidend durch den Hals – 
bis dieser gleich – und ebenfalls 
 
(wie jener mörderisch bezweckt) 
als Strichpunkt das Gefild bedeckt!… 
 
Stumm trägt man auf den Totengarten 
die Semikolons beider Arten. 
 
Was übrig von Gedankenstrichen, 
kommt schwarz und schweigsam nachgeschlichen. 
 
Das Ausrufszeichen hält die Predigt; 
das Kolon dient ihm als Adjunkt. 
 
Dann, jeder Kommaform entledigt, 
stapft heimwärts man, Strich, Punkt, Strich, Punkt… 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Een kalme dag (Alexandrijn)



De voordeur gaat van ‘t slot ik stap over de dorpel
Er schijnt een vale zon, de blauwe lucht toont leegte
De koeien in de wei het zijn er haast wel dertig
Het is een kalme dag zo rond een uur of twaalf

Een buurman net uit bed hoewel de ochtend vordert
Wat heeft hij als ontbijt het is een bordje yoghurt
De vogel in de lucht die schat ik op een buizerd
Het is een kalme dag zo rond een uur of twaalf

Een hengelaar die vecht een ronde met een karper
Zijn snoer raakt in de war het wordt een hele puzzel
De buurvrouw met haar hond doet lievig met het mormel
Het is een kalme dag zo rond een uur of twaalf

Een wandelaar die groet hij is een mededorper
Zijn broekspijpen te kort hij kijkt op zijn horloge
Van verre klinkt geluid als van een schorre bugel
Het is een kalme dag zo rond een uur of twaalf

Een jongen in een boot verliest zowaar zijn peddel
Hij vist het ding weer op, hoewel niet zonder moeite
Ik ga maar eens naar huis mij wacht een bord andijvie
Het is een kalme dag zo rond een uur of twaalf


(De oplettende lezer zal opmerken dat dit gedicht onberijmbare woorden bevat (hoewel de zwaalf een bestaande vogel lijkt te zijn) Redactie HVV)

Koop koop koop