Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Pornografische tearjerker in drie sonnetten 

II Goede raad

‘Ik zou niet kijken’, zei mijn psychiater –
Groot kenner van de menselijke ziel –
‘want u, als kroonprinsminnend homofiel,
Zit straks met een verschrikkelijke kater.’ 

Mijn psychiater is een vlotte prater,
Maar Alexander heeft zo’n sex-appeal
Dat ik dwangmatig voor de beeldbuis kniel.
Misschien zal mij dat nog berouwen, later.
 
Want liefde spoedt zich als een schaduw heen
Of blijkt een zinsbegoocheling, een dwaling.
Wij hebben voor een uur elkaar te leen,
En tranen zijn de bitt’re afbetaling

Van al wat onherroepelijk verdween –
Al kijk ik straks geheid naar de herhaling.


(uit: Zo klinkt dus weggesmeten geld, uitgeverij Mouria)
Morgen deel II

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Zestig




nu hij daar met dat smalle smoeltje ligt
vergeet ik haast dat dom en wreed gezicht
die handen ooit zo hard gebald tot vuisten
zijn zonder kracht en week als babyknuisten

een leven vol van drank en veel tabak
om moeder zwijg ik verder, vuile zak
dat straft hem nu met ademnood en pijn
gevoel van wraak zou daarom zinloos zijn

ook hij heeft recht op zorg, die geef ik hem
zo kom ik elke dag en breng de krant
ik neem vanuit mijn werk direct de tram

vandaag een extra gift, 't is hem gegund
omdat hij zestig wordt, een peuk en drank
hier, pa, weet dat je er in stikken kunt