Pornografische tearjerker in drie sonnetten 

II Goede raad

‘Ik zou niet kijken’, zei mijn psychiater –
Groot kenner van de menselijke ziel –
‘want u, als kroonprinsminnend homofiel,
Zit straks met een verschrikkelijke kater.’ 

Mijn psychiater is een vlotte prater,
Maar Alexander heeft zo’n sex-appeal
Dat ik dwangmatig voor de beeldbuis kniel.
Misschien zal mij dat nog berouwen, later.
 
Want liefde spoedt zich als een schaduw heen
Of blijkt een zinsbegoocheling, een dwaling.
Wij hebben voor een uur elkaar te leen,
En tranen zijn de bitt’re afbetaling

Van al wat onherroepelijk verdween –
Al kijk ik straks geheid naar de herhaling.


(uit: Zo klinkt dus weggesmeten geld, uitgeverij Mouria)
Morgen deel II

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Ook dichters sterven



Vandaag zal er een dichter overlijden
Zoals ook gister en de dag daarvoor
En morgen zal het vast niet anders zijn

Met ademloze woorden staakt het strijden
Slechts hoorbaar voor het goed geoefend oor
Getuige van de stilte binnenin

Onsterflijkheid is ook voor schrijvers schijn
Geen dichter kan zich van de tijd bevrijden
Al klinken zinnen soms nog eeuwen door

Dus al bepaal je metrum en refrein
En kies je woorden voor een fraai begin
Het slot is voor ons allemaal te groot

Nee, niemand kent het einde van de zin
Er is niets ongerijmder dan de dood