Een hartelijk meisje, mijn nichtje Sofie
Haar leven is moeilijk gezien haar fobie
Haar bed uit te moeten dat maakt haar zo bang
Dus blijft ze maar liggen de hele dag lang
De kwaal is bekend in de psychologie
Als Paraskedivekatriafobie
Ze doet dus geen donder, mijn nichtje Sofie
-Het schaadt ongetwijfeld haar economie-
Door angst die op Fietje belemmerend werkt
Door angst die haar bezigzijn ernstig beperkt
Dat komt, zeggen lui in de psychologie
Door Paraskedivekatriafobie
Maar als ik de naam noem van nichtje Sofie
Roept iedereen balend en gruwend; “O díé !
Die meid doet maar niks en dat ligt maar in bed
Ze eet en ze wordt als een walvis zo vet”
“De schuld”, zegt haar boek over psychologie
“ Is Paraskedivekatriafobie”
Ik ging op bezoek bij mijn nichtje Sofie
We dronken een borrel, het werd ‘s nachts halfdrie
Ik dronk veel te veel met mijn oerstomme kop
De andere dag moest ik ook nog vroeg op!
Ik belde bij thuiskomst meteen maar mijn baas;
Het is een familiekwaal, baas, maar helaas
Dat staat in mijn boek over psychologie
‘t Is Paraskedivekatriafobie
Ik stak een groene kaars aan Zo werd jij, dacht ik, jaloers Maar dat trok enkel tientallen muggen Die zetten toen razendsnel koers Toen nam ik het stof van mijn slaaploze nacht En verborg het in jouw kleine schoen En ik martelde woest toen jouw doorkijkbloes Die je droeg voor het volk met fatsoen
Ik toonde mijn hart aan de dokter Die zei: ‘Stop daarmee of ga dood’ Toen schreef hij zichzelf een recept voor Met jouw naam daarin, levensgroot Toen vertrok hij lijkbleek naar de bibliotheek Waar hij las over mij en mijn bruid En de zuster die zegt: ‘Zijn praktijk gaat erg slecht En hijzelf gaat ook snel achteruit’
Je werd door een guru aanbeden Ik studeerde een nacht in zijn school Hij leerde de plicht van de minnaar: Gulden Regels zijn slechts een symbool En na zeer korte duur wist ik, ‘Dit is pas puur’ Toen verzoop hij zichzelf in een plas Zijn lichaam vergaan, zie ik hier op de laan Zijn kwijlende geest en grimas
Een eskimo liet me een film zien Die hij net nog van jou had gemaakt De stakker stond hevig te rillen Hij was blauw van de kou en spiernaakt Hij bevroor want je kleed ging er plotsklaps vandoor Door de wind en hij werd als een worm Jij staat in je paleis, in je blizzard van ijs: Laat me binnen, ik snak naar de storm
11 november 2016, 15.00 -15.45 uur
In de jaren zeventig, tachtig en negentig van de vorige eeuw, en een gedeelte van deze eeuw, fietste ik dagelijks dronken naar huis, 'One of us can not be wrong' zingend van Leonard Cohen Ik fiets dan langzaam en heb een weemoedige dronk (Als ik uit de stad kwam, werd dit nog gevolgd door 'Story of Isaäc'. Beide liederen waren dan net genoeg om bij het slot precies bij mijn voordeur te belanden). Mijn eerste opweling na het horen van het overlijden van de oude charmeur was, in dankbare herinnering aan hem en een lang drankzuchtig verleden, dit lied te vertalen. Voor het origineel klik hier. Ik ben bang dat ik met het laatste gedeelte wel brave burgers uit hun slaap gewekt heb, maar die moesten tegen de tijd dat ik huiswaarts keerde tóch naar hun werk.