Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Ik zie een man die lampen kopt
Daar meijert iemand knip
Wie met haar vacht de leeuwen fopt
Verdient een dikke stip

Ik zie een man, hij bergt een blom
Een ander wijnt de koel
Ferricht een elf, kom daar eens om
En elk heeft zo een doel

Ik zie een man die meijert woort
Tsja, met een T, ’t is ongehoord.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Sinus en cosinus (voor N.)


Eindeloos deinen ze voort als twee vervlochten slangen
Van elkaar afgeleid, maar steeds uit fase
De kosmos opgesplitst in dubbel pi

Twee schaatsers draaien hun rondjes
Eerbiedig een kwart baan uit elkaar
Toch treffen ze elkaar op de kruising

Eeuwig stijgend, dalend, maar altijd terug op de nullijn
(Liever geen cijfers voor de komma)
Eeuwig buigend, maar nooit barstend

Laat ze ongemoeid golven tussen nooit en nooit
Of kwadrateer ze en maak ze één