Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Wat heet een natte dag het regent pijpenstelen
Zo erg was ’t eerder nooit het regent al een week
Al dagen nattigheid het gaat me knap vervelen
De waterspiegel stijgt door ’t huis klatert een beek

Daar drijft mijn driedeurskast en de gordijnen druipen
Behang valt van de muur ik vrees voor het plafond
De emmers zijn te klein wat ik ontbeer zijn kuipen
De goudvis in zijn kom zwemt overstuur in ‘t rond

Maar ééns schijnt weer de zon verdrijft dan al dat water
Dan ga ik aan het werk en maak mijn huis weer droog
Ik boen de muren schoon de meubels doe ik later
Die zet ik in de zon op mijn balkon vierhoog

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Pakjesavond

sintWikimediacommons
Illustratie: Wikimedia Commons
 
Dan denk ik aan 't konijntje, dat ik zag
Als kind vóór Sint Niklaas achter het glas
Van dure speelgoedwinkel. O! dat was
Zo'n prachtig beestje, grijs en wit; het lag
 
Gezellig in zijn mandje in mooi-groen gras;
En als 'k van school kwam, bleef ik iedre dag
Staan kijken, bang, dat 't weg zou zijn. En, ach!
Eens was het weg: en toen begreep ik pas,
 
Dat ik toch heimlijk steeds was blijven hopen,
Dat ik 't zou krijgen. Thuis heb 'k niet gepraat
Over 't konijntje, maar 'k wou niet meer lopen,
 
Omdat 'k dan huilde, aan die kant van de straat.
Nu zou 'k me zo'n konijntje kunnen kopen,
Maar ik word zelf al grijs. Want alles komt te laat.
 
Johan Andreas Dèr Mouw (1863-1919)