Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Wat heet een natte dag het regent pijpenstelen
Zo erg was ’t eerder nooit het regent al een week
Al dagen nattigheid het gaat me knap vervelen
De waterspiegel stijgt door ’t huis klatert een beek

Daar drijft mijn driedeurskast en de gordijnen druipen
Behang valt van de muur ik vrees voor het plafond
De emmers zijn te klein wat ik ontbeer zijn kuipen
De goudvis in zijn kom zwemt overstuur in ‘t rond

Maar ééns schijnt weer de zon verdrijft dan al dat water
Dan ga ik aan het werk en maak mijn huis weer droog
Ik boen de muren schoon de meubels doe ik later
Die zet ik in de zon op mijn balkon vierhoog

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De waarzegster

Het kleine vrouwtje pakte plots mijn hand
En trok me bij haar kermistent naar binnen
Ze zag in mij allicht een goede klant
En hoopte snel wat zakcentjes te innen

‘Zeg vrouwtje, ’ sprak ik quasinonchalant
U zult eerst mijn vertrouwen moeten winnen’
Haar ogen spuwden vuur. Ik vroeg: ‘Contant?’
Of kan ik hier in deze tent ook pinnen?’

‘Ik zie, ik zie…’ (nu moest ze wat verzinnen)
‘Ik zie u op een wit, verlaten strand
U bent een mooie vrouw aan het beminnen
‘Ik zie… dat u verschrikkelijk verbrandt!’

‘Genoeg!’, riep ik ontstemd: ‘Dit wordt te dol
Mevrouw, u heeft de zomer in uw bol!’

Bundels