Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



De maan op retour zend haar schimmige stralen
Langs vensters met stukkend en zwartverweerd glas
Verlangt naar de tijd toen ook zij nog begeerd was
Maar ziet er slechts lui die de huur niet betalen
Die slijten hun tijd met een zooi idealen
Het pand is versleten, vervuild en verkleurd
Behang op de muur is poëtisch gescheurd
Maar maan, mens en pand zijn alreeds aan ’t verschralen

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Graalroman III

Hij was, zo bleek hieruit, een Tempelier
Ze hebben hem flink in elkaar getrapt
Hij brulde na de diefstal nog:”Geef hier!

Ik stal dat van een Johannieterabt!
Die had hem weer verkregen door een roof
En ooit bij de Katharen weggegapt

Die beker was symbool van hun geloof!
Zij stalen hem van Ridders van het Kruis:
Die hielden zich voor jammerklachten doof

Toen zij hem roofden uit een oude kluis
Van ’t Franse Merovingisch koningshuis