Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft




Ik heb mij laatst bij Hang Kok Nin bevonden
Het eten was een soort van allerlei
Met smaken die ik nimmer zou doorgronden
En gure geuren kwamen naderbij

Het eten zag eruit als was’t eencellig
En wat het verder was bevreemdde mij
Het leek me zeer, maar dat niet al te stellig,
Op afval uit de meubeldraaierij

Men zei me dat ik mijn kritiek herhaalde
“ Ik hield niet van zijn soep, ook niet gebonden,”
Iets waar Hang Nin natuurlijk niet om maalde
Maar van die soep werd ik niet opgewonden

Men roemt het eten in de zaak van Hang Kok Nin
Mij viel ‘t niet mee, zei ik al in ‘t begin


Dit is een bout-rimé (gedicht met dezelfde rijmwoorden) op dit gedicht van Ditmar Bakker:



NOOIT ZAL ZIJN NOG NIEUW BEGIN

'k Heb mij kortdurend in het NIN bevonden,
na nuttiging van drogen allerlei
waarmee ik jeugd & mensdom zou doorgronden
daar God komt dichters zo meest naderbij.

Er was geen god. Wel was ik plots ééncellig,
mijn zicht geen zicht gaf. Er bestond geen mij.
Waarneembaar enkel kolken, waarin stellig
zin school, die continue draaierijvoor ogen,

deze film die zich herhaalde...
Herhaalde? Ja—allengs wist je: gebonden
in looping zo oneindig lang al maalde.
Weten. Orgasme. Dood. Zó opgewonden,

want plotseling bewust:dit is het NIN!
Een oerschreeuw. Nooit zal zijn nog nieuw begin:

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Pleiade 1




SONNET  Albert Verwey revisited 

Ik ben gestemd om een sonnet te maken
Teêr-blauw als mij Japanse verzen lijken

Ik ben gestemd om je heel diep te raken
Kumiko, passie wil ik laten blijken

Kun jij, o seksbom, een sonnet wel smaken
Of geef je slechts om lichtere praktijken?

Sonnetten zijn niet in een wip te maken
Wat ben je mooi, je zwarte haren prijken

Op dat verleidelijke zijden laken
Teêr-blauw als mij jouw ogen nu bekijken

Je lippen lonken als een kersrood baken
Ik wil naar jouw Japanse verte wijken

En moet mijn dichtersgeest alweer verzaken:
Sonnetten zouden kittelverzen lijken


*) Eerste twee regels uit: Sonnet, aan Frederik van Eeden; Albert Verwey


 

Bundels