Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Tuin
Flickr.com
 
Je hebt een tuin. Daar loop je ’s avonds in
En kijkt eens naar de halfverdorde planten
Je ziet een uitgedroogde struik chrysanten
De afrikaantjes vormen dissonanten
Als ongewensten in een pleeggezin
 
Je hebt een tuin. Daar loop je 's avonds in
De rozen zijn verworden tot mutanten
Geconfisqueerd door eerloze trawanten;
Het nageslacht van de familie Spin
 
Je hebt een tuin. Daar loop je 's avonds in
Slechts onkruid tiert, de vuige infiltranten
Ze reiken in de hoogte tot je kin
 
Maar goed, het is er rustig niettemin
Je hebt een tuin. Daar loop je 's avonds in
 
 
Een z.g. krimpsonnet met als terugkerende regel de eerste regel uit
‘Harmonie’ van Gerrit Komrij.
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Bij de dood van Rutger Kopland

Hij kon het allemaal verdragen:
Een boon die aan een staak verdort,
Een bloem die sterft, verleden wordt
Daarover wilde hij niet klagen.

Wanneer zijn ogen zoiets zagen
Heeft hij daarom geen traan gestort.
Hij wist: elk leven duurt maar kort
En telt nu eenmaal weinig dagen.

Maar jonge sla, pas net geplant
In bedjes die nog vochtig waren
Nee, dan heeft hij zich niet vermand.

Hem er in tranen naar zien staren
Dat lijkt wellicht wat larmoyant.
Toch raakt dit beeld, al vele jaren.

(De dichter hoorde pas nu, bij terugkeer van zijn vakantie, van het overlijden )