Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

De vuvuzela suist nog in de oren
Het netvlies bloedt: hup Holland, hand in hand
We hebben meer gewonnen dan verloren
En weten: het gaat goed met Nederland
We dumpen hoedjes, toeters, meuk en franje
Zo kleurt nu zelfs de vuilniszak oranje

Een man zit in zijn achtertuin te schrijven
En zoekt de rust op vellen wit papier
Hij denkt: ze moeten niet zo overdrijven
Seizoenen glijden langs zijn glaasje bier
Beseft: in ’65 hield ik van je
Mijn eerste lieve meidje in oranje

Hij mijmert even weg bij de kastanje
En schrijft dan: land ontploft in fel oranje

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De Sloddervis



‘Wat zou het’, zei de Sloddervis,
‘dat ik geen slimmerd ben?
Ik weet wat slijk, wat modder is
en verder niks. Nou en?

Die evolutie, leuk idee
maar waar moet het naartoe?
Nee dank je wel, ik doe niet mee,
voor mij niet dat gedoe.

Waar alles mee begonnen is:
een slijmig klontje beest –
veel slomer dan een Sloddervis
kan dat nooit zijn geweest.

Ik hoef geen vleugels, klauwen,
geen slurf, gewei of bult.
Ik voel niks voor miauwen
en ben geen tiep dat brult.

Ik denk dat ik mijn modder mis
als paard of papegaai.
Dus blijf ik lekker Sloddervis,
oersimpel en oersaai.

Sterf ik straks uit? Mij best, oké.
Dan word ik nooit reptiel
of eekhoorn, vos of chimpansee.
Dan word ik dus fossiel.

Zo’n wereld-na-de-Sloddervis
is eenmaal ook voorbij.
Gaat die naar de verdommenis,
dan mooi wel zonder mij.

De oerstaat is mijn element,
mijn lat ligt niet zo hoog.
Word jij maar stinkdier of serpent
of paleontoloog.’