Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Ten Dam ging onderuit in de etappe
En stuiterde zijn schouder uit de kom
Maar hij zet door – wat zegt u – slim of dom?
Hij weigert vooralsnog om af te stappen

In Griekenland loopt tijdens die tragedie
De financiële motor uit de rails
Het geld is op. Het volk staat grotendeels
In ’t rood; faillissement lijkt de remedie

Syriza zou met stevige beloften
En hulp van financiële eurosteun
Het land wel redden - noem het stom of stoer

Hier liggen - naast de banken die ontploften -
De Grieken, hoor hun bidden en gekreun
Wij wachten op het einde van de tour

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Pinksteren



Haast dertig graden! Zon zuigt mij naar buiten
Vurrukkulluk dit zomerwarme weer
Natuur is in majeur aan ’t flierefluiten
En brengt me in een jubelende sfeer!

Mijn mond krult automatisch tot een lach
De rozen, sprongen die nu eensklaps open?
Ik neurie Op een mooie pinksterdag 
Op weg naar ’t park; ik ga een flink eind lopen

De jeugd joelt rond, ik mag er graag naar kijken
Zo mooi, zo glad en rimpelloos hun huid
Al weet ik dat je niet moet vergelijken:
De mijne ziet er wel héél anders uit

Een jonge blom in shorts geeft mij het spleen
Ik zucht: ach, had ik nog maar één zo’n been! 

Roemrucht in de televisiegeschiedenis is een live commentaar van Godfried Bomans. Hij werd in oktober 1963 benaderd voor de Edison-uitreiking van het Grand Gala du Disque. Een van de optredende artiesten was Marlene Dietrich. Bomans vertelde een anekdote die eindigde met het beroemd geworden citaat (van 'een heel oud mannetje' dat naast hem in de bioscoop zat): "Had mijn vrouw maar één zo’n been".