Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Ze wilden graag een weekendje kamperen
Nee, niet zo’n truttig tentje maar een bós
Met kookvuur kampschop, kloofbijl, kapmes er op los
Dus zouden ze een wigwam gaan proberen

Getatoeëerd, een T-shirt zonder mouwen
Zijn biceps, bierbuik, balhoofd kogelrond
Zijn chick: ééntachtig, dubbel D en blond
En roze, kortom een voorbeeld voor veel vrouwen

De jeep reed aan, het feestje zou beginnen
Hij droeg de koffers; zij haar sexy dracht
Hun blik gleed keurend langs het strakke linnen

Zij proefde reeds de voorsmaak van het minnen
Toen klonk zijn gil: Ik blijf hier nog geen nacht
Dit stond niet in de folder! Getverrr... Spinnen!

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Ornithologenpraat





Er is wat verwarring ontstaan over de zestienkleppengier. Het ontstaan van deze sympathieke aaseter werd in een gedicht onlangs abusievelijk toegeschreven aan Niels Blomberg, die zich haastte dit op het forum te ontkennen en de eer aan Peter Kniipmeijer gaf, die zich dit graag liet aanleunen. De waarheid is natuurlijk dat mijn verre voorvader Jacob Jacobszn van den Born dit dier al vermeldde in zijn in 1592 verschenen bundel met drankliederen Den suypenden Pluckvogel, zoals deze afbeelding bewijst. 

Bundels