Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft



Een Bachsonnet zou geen Bachsonnet,zijn als het niet nokvol zit met symboliek.
Allereerst de naam Bach. Als je de naam vervangt door getallen krijg je 3+1+2+8, dat is samen 14. Precies het aantal regels van een sonnet.

Veel muziekstukken van Bach zijn geschreven in de cantate vorm. Sommige wat langere cantates zijn zo geconstrueerd dat (in de Lutherse eredienst) een korter gedeelte voor de preek en een langer gedeelte na de preek werd uitgevoerd.
Het deel voor de preek werd opgeknipt in een aantal delen rondom de bijbelteksten die werden gelezen.

Het korte deel voor de preek bestaat uit opening, recitatieven en koralen en is bedoeld als explicatie: uitleg van de teksten.
Het langere deel na de preek, de coda of het slotstuk, is bedoeld als applicatie ofwel toepassing waarmee de gelovigen werden heengezonden om hetgeen wat in de prediking werd geleerd in praktijk te brengen. Hierin zitten een aantal herhalingen, weergegeven door de twee wisselende rijmwoorden van regel 8 t/m 13 en een hoopvolle slotregel die weer op regel 7 rijmt.

Dit klinkt best serieus jonges en meisjes maar ik heb dat in het Bachsonnet vertaald in het sextet, bestaande uit de drie delen van 2, 1 en 3 regels. Hierin leg je het plot uit.

De coda, het octet laat de uitwerking, het complot, de toepassing zien.
Wellicht oogt het wat zwaar, maar dat hangt ook van de inhoud af.

Persoonlijk vind ik de uitwerking van Niels een hele aardige. Drie personen die in het eerste deel worden voorgesteld en in het tweede deel iets onverwachts doen.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Drs. P overleden 7

De weg naar Omsk

De weg naar Omsk kan lang zijn maar er komt een einde aan
Dus op den duur ziet iedereen het plaatsnaambordje staan
En boven bij dat bordje daar hangt ook een soort van doek
Waarop het woordje finish staat, je doet het in je broek

Maar om nog even om te draaien ben je veel te moe
Je strompelt of je kruipt desnoods er uitgeput naartoe
En bij dat doek ontmoet je dan een kerel met een zeis
Die mager is en bovendien behoorlijk eigenwijs

Hij tilt dat scherpe ding terwijl hij grijnslacht dreigend op
Hij heeft geen oren dus al zeur je nog zo aan zijn kop
Je kunt hem niet vermurwen want hij luistert niet naar jou
Hij slaat je vrij hardhandig en je laatste kreet is: “Au!”

Dan kom je in het dodenrijk, daar blijkt het niet echt pluis
Je krijgt er niets te eten en je hebt niet eens een huis
Er is geen bal te doen dus je verveelt je echt kapot
En niemand zegt: “Hallo, wees welkom hier. Ik ben het, god.”

Dit lot dat wacht eenieder, ook wie doctorandus is
Met niemand sluit die kerel met die zeis een compromis
Al kun je aardig rijmen en met taal goed overweg
Ook wie de mooiste teksten schrijft heeft aan het einde pech

Al ben je vijfennegentig en bovendien bekend
Al kom je ook uit Zwitserland en ben je eloquent
Wanneer de zeis gaat zoeven dan gaat zelfs jouw kop eraf
En daarna ben je eeuwig dood, dat blijkt een zware straf

Een schrale troost: op aarde leef je in je teksten voort
Zolang men jouw gedichten leest of liedjes van jou hoort
Zoals het fraaie ‘Dodenrit’ of anders ‘Heen en weer’
Jij komt niet meer terug maar wij genieten elke keer

Koop koop koop