Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Bij de kapotte pantserwagens

'We rijden niet! Wat is er aan de hand
Sergeant, er is een slangetje kapot
Er lekt hier olie,' meldt een ijverig soldaat
De oefening liep toch al niet zo vlot
De CV90's staan aan de kant
Heeft iemand hier de handleiding paraat?

Defensie heeft haar antwoord al paraat:
'Er is hier niets bijzonders aan de hand
Die stukke PRI's zijn zo weer vlot
- Techniek is niet besteed aan zo'n soldaat
Die maken zelfs hun dienstfiets nog kapot -
Heus, die problemen zijn zo weer van kant'

Intussen staat de helft dus aan de kant
De pantserwagens zijn maar half paraat
Er is geen slang of tandwiel voor de hand
Waardoor de reparatie niet erg vlot
Niet best voor legerleiding en soldaat:
Hun reputatie gaat voorgoed kapot

De tankchauffeur schuilt weg in zijn kapot
De hele crew zit mokkend langs de kant
De afsleepdienst was niet meteen paraat
Maar biedt tenslotte toch een derde hand
En trekt de stukke pantserwagen vlot
Tot de tevredenheid van Jan Soldaat

Vraag het een willekeurige soldaat
Bezuinigingen maken veel kapot
Men doet de Leopard-tanks van de hand
Ze zijn gestald en staan dus niet paraat
Het merendeel stond toch al aan de kant
Ze worden nu verkocht, de prijs is vlot

Maar ook al loopt de verkoop lekker vlot
Er gaat geen euro meer naar de soldaat
De tankdivisies gaan zo snel kapot
Want ook de nieuwe tanks staan aan de kant
Daar zijn geen onderdelen voor paraat
En elke dag is er wat aan de hand

Wie biedt de hand? Wie trekt het leger vlot?
Je schaamt je toch kapot als goed soldaat
Aan onze kant staat enkel troep paraat

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Het Vledeweekdier




De Woens zei: ‘Beste vrienden,
ik wil weer eens naar zee.
Wat varen en wat vissen…
Wie gaat er met me mee?’
 
‘Potdomme!' zei de Zater.
'Ik wilde dat ik kon
maar ik vertrek vandaag voor
een reisje naar de zon.’
 
De Dins zuchtte beteuterd:
‘Helaas, ik kan niet gaan.
Mijn hengel is sinds gister
volledig naar de maan.’
 
‘Naar zee toe?' zei de Donder.
'Dat is echt iets voor mij.
Het komt goed uit, want morgen
heb ik toevallig vrij.’
 
De Woens pakte zijn schepnet,
de Donder zijn harpoen;
ze regelden een bootje
en voeren uit. Maar toen –
 
Hap! zei het Vledeweekdier,
dat achterlijke beest.
Ze gingen kopje-onder
en waren er geweest.