Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent




Het smalle trapje op en dan verdwijnen
Het windwerk aan en de registers open

Nu wordt de zaal met klanken overspoeld

Dit is precies hoe Bach het heeft bedoeld
Wie luistert, ziet de engelen verschijnen
En langs de ladder naar beneden lopen

Waarom wij Bachs toccata eren moeten:
Als engelen van Onze Lieve Heer
Zo dansen vingers op het manuaal
Omhoog, omlaag, omhoog en nog een keer
Maar (dit maakt Bachs muziek zo geniaal)
Daar tussen het lichtvoetig op-en-neer:
Klinkt in het diep gebrom van het pedaal
Een oude engel met vermoeide voeten

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

De Vlabber & de Vlaar


 
Elke ochtend na het opstaan
staan de Vlabber en de Vlaar
met z’n tweeën voor de spiegel
en ze vragen aan elkaar:
‘Wie van ons was nou de Vlabber?’
 
Tja, daar staan ze dan te dubben
met hun harken in hun haar.
‘Heel de nacht alles onthouden
krijg ik echt niet voor elkaar!’
roept de Vlaar dan (of de Vlabber?).
 
En de ander antwoordt kriegel:
‘Even denken... Rustig maar!
Kijk, mijn kop lijkt op een zwabber
en mijn lijf lijkt op een schaar.
Dus dan ben ik vast de Vlabber.’
 
Elke avond voor ’t naar bed gaan
staart de Vlaar weer met de Vlabber
in diezelfde grote spiegel
en ze vragen aan elkaar:
‘Wie was ook al weer de Vlaar?’
 
Heel de dag alles onthouden
is voor hen een groot bezwaar
dus daar staan ze weer te dubben.
‘Jouw geheugen is belabberd!’
roept de Vlabber (of de Vlaar?).
 
En dan zegt de ander maar:
‘Kijk, mijn kop lijkt op een vlieger
en mijn lijf op een gitaar.
Volgens mij ben ik de Vlaar,
dan ben jij vanzelf de Vlabber.’
 
Tja, dan gaan ze maar weer slapen
en dan staan ze maar weer op
en ze koken hun rabarber
en ze roken hun sigaar
en dan zijn ze ’t wéér vergeten.
 
‘Maar dat kan ons mooi niks schelen’,
giechelt de verstrooide Vlabber
– of, wie weet, de suffe Vlaar?
 
(Uit Er zit een feest in mij, Querido’s Poëziespektakel 5, 2012)
 

Koop koop koop