Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

feestbomen

 

De winterzon werpt nog haar laatste stralen
De schemer komt, de avond valt al vroeg
Toch zal ik in het duister niet verdwalen
Ik weet de weg en er is licht genoeg
 
Ook als de nacht valt, voel ik me hier thuis
Mijn pad wordt fel verlicht door het geflonker
Tienduizend lichtjes leiden mij naar huis
Ik vind mijn weg wel, nergens is het donker
 
Ineens word ik omstraald door blauwig licht
En rode letters dwingen me tot staan
Ik staar verschrikt in een gefronst gezicht
De wijkagent kijkt mij bestraffend aan
 
'Je kunt het leuk vertellen, echt heel goed
Maar zorg eens dat je fietslicht het weer doet!'

 

 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De slang (Genesis 3:14)





God schiep in den beginne twintig poten aan de slang
Het lijkt wat ruim bemeten maar zo’n beest is aardig lang
Dat aantal bleek noodzakelijk om recht te kunnen staan
En tevens om van 't aardse slijk en modder vrij te gaan

Ook kreeg de slang als enig dier beheersing van de spraak
En wat -ie te vertellen had was af en toe goed raak
Iets minder dan De Jonge of collega Youp van ’t Hek
Toch kwam er slimme taal uit zijn gespleten slangenbek

Maar op een dag toen werd de slang een beetje eigenwijs
Hij smeerde Eef -De Appel- aan in ’t aardse Paradijs
De Heer ontstak in grote toorn, heeft hem de bek gesnoerd
En ook zijn poten afgehakt, dat vond-ie heel beroerd

Sindsdien sleept hij zijn buik door alle aardse gorenis
En van zijn spraak bleef niets dan slechts wat moedeloos gesis

Bundels