De lichten uit, 't was over met de pret
Wij gingen slapen: morgen was 't weer vroeg
Maar net had ik mijn plekje in het linnen
Daar kwam ons jongste kind met zachte tred -
Wees welkom hier, er is nog plek genoeg
 
Toen meldde onze tweede zich ontzet:
Het monster dat je gisteren verjoeg
Het is terug en wil opnieuw beginnen!
Gemompel van mijn vrouw, het was iets met
Wees welkom hier, er is nog plek genoeg
 
Ik dommelde weer in en sliep echt net
Of daar kwam onze oudste uit de kroeg
En zocht zich stommelend een weg naar binnen
Ik zuchtte diep: het is niet je-van-het
Maar welkom hier, er is nog plek genoeg
 
Een duw en plof, ik lag op het karpet
Dat was de druppel: klaar met dat gezwoeg!
De sofa lonkte met bekende zinnen
Wees welkom hier, er is nog plek genoeg
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Cursus Japanse filosofie. Les 3

 

Dōgen (1200-1253)

 

 

Koan

 

'Een spiegel spiegelt alles wat hij ziet

Je raadt al waar de koan over gaat:

Een spiegel, spiegelt die zich in een spiegel?'

 

Kom op; je zoekt toch de verlichte staat?

Een antwoord graag; hou op met dat gepriegel

Dit is zazen, dus zit eens netjes stil

 

Het duurt wel lang - ik word een beetje kriegel

'Misschien?' Dat is niet wat ik horen wil

Ik merk het al, je weet het antwoord niet

 

Reik mij mijn stok, dan krijg je je pak slaag

Dan is het wel weer welletjes vandaag'

 

 

Dögen was de stichter van de Soto-zen, die geen plotselinge verlichting zocht, maar het geleidelijke pad via zazen (meditatieve zithoudingen) en koans (onoplosbare vragen om te leren dieper inzicht te krijgen: soms krijgt de leerling bij elk antwoord een afranseling, zelfs met stokken.

Beroemd is de koan 'Wat is het geluid van één klappende hand?

Een monnik vroeg aan Tung-Shan: 'Wat is de Boeddha?' waarop die antwoordde: 'Drie pond hennep.' Kijk; die jongen begreep het).

De koan ondergraaft de gewone manier van kijken en maakt zo de weg vrij voor het werkelijke bewustzijn volgens Rinzai-zen; maar volgens Dōgen wordt de werkelijkheid van wat dan ook bevestigd noch ontkend: het boeddhabewustzijn is niet het echte dat een andere als vals ontmaskert, maar het besef dat beide voorbijgaand zijn.

Dōgen combineerde innerlijke waakzaamheid met een constante aandacht voor wereldse zaken: hij verkondigde niet de leegte, maar de volheid.

Een leek kan de noodzaak van de meditatie niet ontkennen, een monnik kan de wereld niet ontkennen.