Per ongeluk liet ik twee urnen vallen
Ik stofte af en hield ze niet goed vast
Ze ploften op de grond met droge knallen
Nu ligt de ashoop voor de boekenkast
Wie nergens in gelooft, kan het niks schelen
Die haalt een stoffer, veegt ze bij elkaar
Om dan de as weer netjes te verdelen
Twee potjes en twee dekseltjes en klaar
Maar ik vrees nu al voor de Jongste Dag
Mijn eigen zielenheil nog daar gelaten
Ik hoop dat ik de hemel binnen mag
Is mijn onhandigheid nog goed te praten?
Straks zie ik daar mijn hond met bril en baard
En opa met een blije kwispelstaart!
Ik stofte af en hield ze niet goed vast
Ze ploften op de grond met droge knallen
Nu ligt de ashoop voor de boekenkast
Wie nergens in gelooft, kan het niks schelen
Die haalt een stoffer, veegt ze bij elkaar
Om dan de as weer netjes te verdelen
Twee potjes en twee dekseltjes en klaar
Maar ik vrees nu al voor de Jongste Dag
Mijn eigen zielenheil nog daar gelaten
Ik hoop dat ik de hemel binnen mag
Is mijn onhandigheid nog goed te praten?
Straks zie ik daar mijn hond met bril en baard
En opa met een blije kwispelstaart!
