een jonge boer zit eenzaam aan ’t ontbijt
hij roert zijn yoghurt tot het langzaam schift
vult leegte met verlangen naar een meid

hij wil ook vlekken van een lippenstift
en borsten boterzacht en suikerzoet
van binnen bonkt een ongekende drift

zijn handen jeuken, wangen krijgen gloed
al zegt de bijbel duizendeen keer nee
de lente prikt zijn mannelijk gemoed

hij schrikt – daar piept een telefoon – dag hee
zeg zeit ge niet dat vrouwke van teevee
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Pepijn de Korte

714 – 768, Eerste koning der Franken, vader van Karel de Grote
 

Als koning was hij een markant figuur
Zijn moeder noemde hem haar ukkepukje
En was zijn heerschappij van lange duur
Het tegendeel was waar van zijn postuur

Dat leidde wel tot menig ongelukje
De beste man kon immers nergens bij
Dus lazerde geregeld van een krukje
En toen hij oud werd kromp hij zelfs een stukje

Gevoel voor humor had hij generlei
Dus moest je in zijn bijzijn ervoor waken
Dat je maar niets over zijn lengte zei

Vooral niets lolligs, want dan fronste hij
En antwoordde gevat op zulke zaken:
‘Ik laat u graag een kopje kleiner maken’