Geachte Heer Modaal, hier schrijft een fan
van de contactrubriek in menig krant,
door uw annonce aangesproken want
het toeval wil dat ik van adel ben:
 
Gravin van-Eberstad-in-Nederland,
al meer dan tachtig, maar nog vlot ter pen,
fortuinlijk, kinderloos, bemind door hen
die willen erven langs groottantes kant.
 
U zoekt een rijke “taart” die weldra sterft?
Ik wens geen luiaard-in-verfrommeld-pak,
alleen een jonge, energieke vent
 
die liefst de hele kamasutra kent.
Pas na bewezen diensten op dit vlak
wordt er gehuwd en na verloop... geërfd!

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Yumitripela (Nijmeegs sonnet)

 



Ons eerste samenzijn na vele jaren
Herinnert ons er allebei weer aan.

          We waren stoer in woorden en gebaren,
          Je zag ons altijd met zijn drieën gaan.
          Hij wilde steeds een nieuwe weg inslaan,
          Want nooit zag hij problemen of gevaren.

Vooraf zag ik wat praktische bezwaren,
nu ben ik blij om hier naast jou te staan.

          Hij wou iets groots doen tijdens volle maan.
          Wij hadden heel veel mitsen, heel wat maren.
          Hij moest het klusje in zijn eentje klaren
          en dat heeft hij uiteindelijk gedaan.

Terwijl we zwijgend in ons glaasje staren
proef ik opeens de ziltheid van een traan.


Ik heb Cees van der Pluijm niet gekend, maar weet nog precies wanneer ik zijn naam voor het eerst las. Drs. P schreef enthousiast over een Nijmeegse student die een geheel eigen sonnetvorm had verzonnen, het Nijmeegs sonnet.
Bovenstaand gedicht is een bewerking van een ellenlang blank vers; de inhoud heeft dus niets met Cees van der Pluijm te maken, de vorm des te meer. Deze versie bevalt me eigenlijk beter dan het origineel. Beide gedichten hebben dezelfde titel, waarvan u de betekenis zelf kunt googlen.