Welkom, Gasten
Gebruikersnaam: Wachtwoord: Onthoud mij

Onderwerp: Pechdagje (anapestisch sonnet)

Pechdagje (anapestisch sonnet) 05 dec 2023 11:42 #1

  • Maarten van Petersen
  • Maarten van Petersen's Profielfoto
  • Offline
  • Forumgod
  • Plezierdichter sinds 1983
  • Berichten: 488
  • Ontvangen bedankjes 1134
Pechdagje (anapestisch sonnet)

Ik negeer elke keer het gejank
Van mijn zoontje, hij had weer een pijnplek
Na die val zojuist tegen mijn wijnrek
Maar geen fles was gebroken, goddank!

De wagon stond plots stil en ik wist
Toen ik iets verderop een rood sein zag
Dat er vast weer een gek voor de trein lag
En bedankt hè, mijn afspraak gemist

Ik werd thuis met nog meer pech bestookt
In haar soepjurk die bij het behang past
Hing mijn vrouw aan een touw in de gangkast
En ze had niet eens eten gekookt

Dus ik bries en ik brul en ik stampvoet
Want dit was wel een dagje vol rampspoed


wikimediacommons
Gezamenlijke topobundel: www.bravenewbooks.nl/tourdehenk
Laatst bewerkt: 06 dec 2023 22:44 door Maarten van Petersen.
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.

Pechdagje (anapestisch sonnet) 06 dec 2023 22:44 #2

  • Maarten van Petersen
  • Maarten van Petersen's Profielfoto
  • Offline
  • Forumgod
  • Plezierdichter sinds 1983
  • Berichten: 488
  • Ontvangen bedankjes 1134
Na een klemtoontipje van Inge heb ik regel 4 aangepast.

De oude regel 4 luidde:
Maar geen fles was kapot, godzijdank

De nieuwe regel 4 staat nu hierboven in het sonnet.
Gezamenlijke topobundel: www.bravenewbooks.nl/tourdehenk
Laatst bewerkt: 06 dec 2023 22:45 door Maarten van Petersen.
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.
Tijd voor maken pagina: 0.143 seconden

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De glimworm en de pad

Dag jongens en meisjes, laatst kwam ik een aardig werkje tegen van Jacob van Lennep en daar heb ik een antwoord bij geschreven.
Het origineel is uit: Vertalingen en navolgingen in poezy (1884)

DE GLIMWORM EN DE PAD
Een fabelVonk'lend door het loverduister,
Zelf onkundig van haar luister,
Licht-ster van de klavergrond,
Doolde een glimworm in het rond.
Uit het zwabbrig slijm gekropen,
Stort een pad, met vuil bedropen,
Op die fel gehate schijn
't Onweerstaanbaar moordvenijn.
‘Waarom doodt in arren moede,
Waarom doodt mij uwe woede,
Daar 'k u nooit beledigd had?’
‘Waarom licht gij?" bromt de pad.


DE GLIMWORM EN DE PAD
Een antwoord

Stinkend uit de diepste poelen
Onbewust van diep bedoelen
Slijmrig en van binnen goor
Sprong een pad de tuinpoort door.
Hij had juist met volle longen
Kworkend luid zijn lied gezongen;
Wordt zijn vel in twee gespleten
Door een glimworm aangevreten.
‘Kleine glimworm waarom bijt ge
Vleesbedervend giftig zijt ge
Mij de kikkerbillen blauw?’
‘Lieve pad, ik lust je rauw!’



ill: Baron van Hippelepip(1917)–Mien Visser-Düker