Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Welkom, Gasten
Gebruikersnaam: Wachtwoord: Onthoud mij

Onderwerp: Gerdientje en Jaap

Gerdientje en Jaap 21 okt 2020 18:57 #1

  • Bas Boekelo
  • Bas Boekelo's Profielfoto
  • aanwezig
  • Forumgod
  • Berichten: 4132
  • Ontvangen bedankjes 1090
Gerdientje en Jaap zijn verdwaalkampioenen
Zo kwamen zij onlangs in London terecht
"Op weg naar de bergen" ze zijn om te zoenen
Gerdien had de kaart andersom neergelegd

Vakantie in Oostenrijk leuk vonden beiden
Maar wél met de trein en een auto gehuurd
( Jaap niet gewend in de bergen te rijden
Heeft wat onwennig de auto bestuurd)

In één van de dalen moest Dien nodig plassen
Dat moest in de haast even achter een boom
Maar snel als de wind wist zij Jaap te verrassen
Ze gilde luidop ‘Jaap ik g’loof dat ik droom’

Maar achter de boom bleek een dorpje te liggen
’t Was klein en er woonde een oudere man
Een man met zijn vrouw en een kip en twee biggen
Een huis en een stal en nou ja, rataplan

Het dorpje bekijken dat kon niet geschieden
Dan moesten de man en zijn vrouw even weg
Het dorp was te klein voor iets meer dan twee lieden
De kip bovendien raakte dan van de leg

Gerdien heeft natuurlijk wel foto’s genomen
Die zijn bij de thuisreis verloren gegaan
Ze zijn veilig thuis uit de bergen gekomen
“Het dorp”, zegt men daar “, dat heeft nimmer bestaan”.

“Meteen hier links af”, ach ze zijn om te zoenen is de oorspronkelijke derde regel
Laatst bewerkt: 22 okt 2020 10:38 door Bas Boekelo.
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.
Tijd voor maken pagina: 0.114 seconden

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Waanzin (Veens sonnet)



Naar Brecht


Bij leven religieus tot op het bot
werd deze vrouw door plichtsbesef versleten:
haar centen voor de armen opgepot
en ook gaf zij wie honger leden eten.

Ja, deze moeder was waarachtig groot:
acht kinderen had zij op aard gezet.

Zij wist zich door de HEERE steeds verblijd.
Haar einde kende enkel bitterheid.

Want wat zo sterk stond, lag toen ziek in bed;
Geen mens ontsnapt tenslotte aan de dood.

En grienend, kermend, trachtte zij verbeten
een "Onze Vader", maar bij 't levensslot
was zij de woorden van 't gebed vergeten
en dat ontnam mij mijn geloof in God.