Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Welkom, Gasten
Gebruikersnaam: Wachtwoord: Onthoud mij

Onderwerp: schuld en boete

schuld en boete 04 dec 2019 17:34 #1

Schuld en boete

Mij pa voorzag het einde van de tijden
Wanneer de mensheid het geloof verlaat
Mijn zoon denkt dat veranderend klimaat
Ons allen naar de ondergang zal leiden

En ik, gesandwicht tussen straks en toen
Ben bijna een expert in boete doen
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.

schuld en boete 04 dec 2019 21:07 #2

Moet niet hele gedicht in dezelfde tijd?
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.

schuld en boete 04 dec 2019 21:36 #3

  • JudyElf
  • JudyElf's Profielfoto
  • Offline
  • Forumgod
  • Berichten: 426
  • Ontvangen bedankjes 105
Waarom?
judyelf.edublogs.org
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.

schuld en boete 04 dec 2019 22:38 #4

Ja, waarom ..

Het tijdsverschil tussen de eerste twee regels stoort mij vooral. Denk maar: mijn vader voorzag het einde van de tijden / wanneer de mensheid het geloof verliet (m.a.w. "zou verlaten"). Klinkt dat niet veel logischer?

Maar meer dan dat heb ik niet.
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.

schuld en boete 05 dec 2019 17:50 #5

  • Bas Boekelo
  • Bas Boekelo's Profielfoto
  • Offline
  • Forumgod
  • Berichten: 3995
  • Ontvangen bedankjes 1004
Mij pa voorzag het einde van de tijden
Wanneer de mensheid het geloof verlaat

Mij pa voorzag het einde van de tijden
ALS de mensheid het geloof verlaat

Mij pa voorzag het einde van de tijden
Wanneer de mensheid het geloof ZAL verlaten

Ik geloof ( geloof!) nooit dat de mens het geloof zal laten voor wat het is. Zolang men moord , verkracht, martelt in Gods naam , iets wat in alle tijden voorkwam, blijft zij haar geloof verdedigen.
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.
Tijd voor maken pagina: 0.124 seconden

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Natte dag(Alexandrijn)



Wat heet een natte dag het regent pijpenstelen
Zo erg was ’t eerder nooit het regent al een week
Al dagen nattigheid het gaat me knap vervelen
De waterspiegel stijgt door ’t huis klatert een beek

Daar drijft mijn driedeurskast en de gordijnen druipen
Behang valt van de muur ik vrees voor het plafond
De emmers zijn te klein wat ik ontbeer zijn kuipen
De goudvis in zijn kom zwemt overstuur in ‘t rond

Maar ééns schijnt weer de zon verdrijft dan al dat water
Dan ga ik aan het werk en maak mijn huis weer droog
Ik boen de muren schoon de meubels doe ik later
Die zet ik in de zon op mijn balkon vierhoog