Vichysoisse
Mijn liefste was van huis dus ik zou koken
De kinderschaar zweeg mokkend voor zich heen
Beducht op al wat stonk of zwart ging roken
In mij was reeds een Franse chef ontloken
Ik gaarde heel mijn messenset bijeen
De piepers bleken harder nog dan steen
Een ui leek uit een mestvaalt opgedoken
En preien meurden als een Brabants veen
Mijn visbouillon trok tranen, ongemeen
De blender was op drie plaatsen gebroken
Gejoel, geschamper, huizenhoog verdriet
Dus naar de hoek voor hamburgers met friet