Welkom, Gasten
Gebruikersnaam: Wachtwoord: Onthoud mij

Onderwerp: Prieel (ghazel)

Prieel (ghazel) 15 juli 2011 18:17 #1

prieel (ghazel)

des zomers zit ik graag in mijn prieel
waar ik soms zoete zomerdeuntjes kweel

de ochtendstond is daarvoor zeer geschikt
gekleed in mijn peignoir schraap ik mijn keel

mijn morgenlied mengt zich met vogelzang
hun trillers zijn het waardoorheen ik speel

met langgerekte klanken vult mijn stem
zonder zich in te spannen ons perceel

dat iemand mij een dezer dagen hoort
en dan ‘ontdekt’ lijkt me volstrekt reëel

kort na de lunch breekt er het uurtje aan
dat ik moet rusten en mij erg verveel

om drie uur maak ik snel een aquarel
mijn favoriete kleur is donkergeel

hoewel ik meer van een martini hou
bedoel ik dus die tint van sherry pale

een mens moet over drank niet moeilijk doen
zelf ben ik over niets erg principieel

dat komt goed uit nu ik een minnaar heb
die vlakbij woont net achter Scherpenzeel

zodat hij me bezoekt zo vaak hij kan
voor lachjes en gekreun in het struweel

wanneer zijn stem dan heesgefluisterd is
en ik met hem een mooie Rothschild deel

blijkt pas hoe puik mijn oefeningen zijn
als ik zijn oor met Hannelliedjes streel



© Hannelly Krutwagen-Lemmens
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.

Re: Prieel (ghazel) 18 juli 2011 15:33 #2

  • Bas Boekelo
  • Bas Boekelo's Profielfoto
  • Offline
  • Forumgod
  • Berichten: 4410
  • Ontvangen bedankjes 1290
Die Hannelliedejes zijn vast het beluisteren waard.
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.
Tijd voor maken pagina: 0.095 seconden

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Een spiegel een glimp

Zaltbommel voorheen en thans

 
Heb ik bij Bommel echt een brug gezien?
Opeens zag ik een brug. En aan weerszijden
geen pont, die je gewoonlijk daar ziet glijden
als je aan ’t sturen bent. Een tel of tien
dat ik zo stond, aan dek, aan ’t roer geklonken,
mijn koffie koud al in de tussentijd –
laat mij daar ergens uit een andersheid
een beeld ontwaren dat mijn ogen dronken.
 
Een fietsend joch. Zijn wapperende jas
over die brug, terwijl ik aan kwam varen.
Hij stapte af, hij lei een schrift in ’t gras,
 
en wat hij schreef zag ik dat verzen waren.
O, dacht ik, o, dat dat mijn zoon ooit was.
Pom pom, zong ik, mijn hart zal dit bewaren.
 
 
 
Contragedicht
 
Credits prentbriefkaart: F.L. Stehmann, Collectie Gelderland