|
Welkom,
Gasten
|
|
VALENTIJN
Met de post krijgt Tijn van mij elke dag een suikerhart maar de laatste tijd zegt hij steeds verwonderd: ‘Kijk eens, Bart zie je mijn suikerhart van Katja?’ Dan zegt Bart: ‘Dat hart is nat, ja.’ Tijn: ‘Hoe komt dat hart zo nat? Zonde van mijn goeie mat.’ Ach, die jongens, tot mijn spijt snappen weer eens niet dat er op dat hart is geschreid. Suikerharten kunnen kleven kunnen kleven aan de mat maar wie denkt er even, éven aan het smeltend hart van Kat? (bis) De moraal: Als notoire homo’s roepen: ‘Ha, hier is weer wat te snoepen!’ en mijn hart in stukken breken om het lekker op te bikken dan heb ik het snel bekeken: dan laat ik die homo’s stikken. Katja Bruning |
|
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.
|

Een kaler aarde, boom- en waterloos, bestaat er niet.
Gelijk de leegte die in nevels voor mijn ogen hangt
en mijn verharde hart beroert dat mateloos verlangt
naar wilde weidebloemen, het bepluimde oeverriet.
Dat keienpaadje naar de witte woning aan het spoor
-waar wilde wingerd zich had vastgebeten rond de eik-
is weggevaagd. Er komt een multiculti woonerfwijk
te bouwen op het liefste dat ik uit het oog verloor.