Ik ga niet graag met woorden aan de haal Maar een der mooiste zinnen ooit geboekt Krijgt nu jouw eindig lijf wordt opgedoekt Een nieuw bestaan, een nieuw begrip in taal
Ik weet niet of jij naar een hemel zoekt – Verwacht geen sterren of een grote zaal – Je bent ontdaan van elke pracht en praal En hebt voor niets gebeden en gevloekt
Couperus heeft je minzaam toegeknikt Hij spreekt jou toe met licht-omfloerste toon “Uw dichtwerk was voor mij geen mer à boire
Wij achten u als lidmaat zeer geschikt En entre-nous blijkt weer – o godenzoon: Zoo gij iets waart, waart gij een Hagenaar”