Een kangoeroe organiseerde in Asten
een ongekend schitterend galadiner:
van chateaubriand tot een truffelsoufflé
met heerlijke wijn die perfect daarbij paste.
Natuurlijk verwachtte hij wél van zijn gasten
een tegenprestatie – het liefste in geld.
De naam van zijn stichting werd ruimschoots vermeld;
hij vroeg hun om diep in de buidel te tasten.
Het volk kiest mij als antitriomfator Een oorlogsveteraan leent mij zijn kruk Een besje ondersteunt me zelfs een stuk Ik haal de eindstreep achter haar rollator
'Ach, jongens,' zeg ik 's avonds bij de tent 'Zo'n ommetje is peanuts voor een vent!'