Ik sloeg acht op
De aanvoerder met nummer 8
Ik sloeg ‘8’ op
De schouder na zijn harde schop
En gaf hem rood wat hij al dacht
Ik nam mijn boekje, zuchtte zacht
Ik sloeg ‘8’ op
Hij loopt Vierdaagse, Pieterpad en wad. Al wandelend bedenkt hij snelsonnetten die hij gebundeld op de markt wil zetten. Hij zwoegt op metrum, rijm en woordenschat.
De man is echt een kilometervreter, maar zijn gedichten lopen voor geen meter.