Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Welkom, Gasten
Gebruikersnaam: Wachtwoord: Onthoud mij

Onderwerp: Een palingdroom

Een palingdroom 1 maand 17 uren geleden #1

  • Job A. Gorree
  • Job A. Gorree's Profielfoto
  • Offline
  • Gedreven forumlid
  • Berichten: 115
  • Ontvangen bedankjes 15
Een puber-aal uit Volendam
De wist niet wat hem overkwam
Mooi Aaltje wilde met hem uit
Een lekker ding, van kop tot kuit
En eenmaal in zijn fuik genomen
Vervulde zij zijn palingdromen
Laatst bewerkt: 1 maand 15 uren geleden door Job A. Gorree.
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.
Bedankt door: Bert van den Helder

Een palingdroom 1 maand 7 uren geleden #2

Het idee achter dit vers is leuk Job. Ik hik alleen tegen een paar dingen aan die voor mij niet logisch zijn.
van kop tot kont of staart kennen we maar van kop tot eitjes vind ik vreemd

Wist je trouwens dat een fuik niet alleen een net is maar ook een vrouwelijk geslachtsorgaan. De puber-aal zou daardoor in haar fuik zijn genomen :woohoo:

Als die paling zijn dromen waar wil maken met haar dan wordt het een uitje naar de sargassozee want hier paaien ze niet.

groet,
Hanny
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.

Een palingdroom 1 maand 7 uren geleden #3

  • Job A. Gorree
  • Job A. Gorree's Profielfoto
  • Offline
  • Gedreven forumlid
  • Berichten: 115
  • Ontvangen bedankjes 15
Tja Hanny, dat het vrouwelijk geslachtsorgaan door vele mannen als een vrijheidsberovende val wordt ervaren kan ik me iets bij voorstellen. Ik deel die mening niet. Ik wilde inderdaad eerst Saragossa Zee schrijven, maar dat paste niet helemaal in het metrum.

En je wilt toch niet echt dat ik dat kuit uitleg?
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.
Tijd voor maken pagina: 0.164 seconden

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De Snavelstaart

Lang had de Snavelstaart gewacht
en stil had hij gezwegen;
aan sproeten had hij nooit gedacht,
toch heeft hij ze gekregen.
 
Wat is de Zin? zo peinsde hij.
Waarom kreeg ik geen voeten
of vleugels, maar voorzag men mij
van honderddertien sproeten?

Hij pakte puur op zijn gevoel
zijn staartpunt in zijn snavel
en trok zijn hele buitenboel
naar binnen door zijn navel –
 
En floep! hij was een Suizebol,
vanbuiten vol, vanbinnen dol,
die door de ruimte tolde
 
tot hij in ’t sterrenstelsel Froen
getroffen door een zwerkbalschoen
een muizenhol in rolde.
 
Een eeuwigheid of tig miljard
gebeurde in dat zwarte gat
geen sikkepit, geen snars, geen spat.
 
Er moet Iets zijn dat mij dit flikt,
dacht hij. Het is Al voorbeschikt.
Er moet Iets... 
(enz.) – totdat:

 
Zwoesj! Froen vloog in een sterrenstorm
een bocht uit van de tijd;
prompt sprong hij in zijn oude vorm
van voor de sproetigheid.

(Een achterlijf van enkel staart,
als voorlijf slechts een snavel
en met daartussen uiteraard
die peilloos diepe navel.)

De Snavelstaart is terug bij af:
hij weet van niks en zwijgt.
Vandaag of morgen staat hij paf,
als hij weer sproeten krijgt.
 

Bundels