1443 – 1477, Hertog van Bourgondië, Brabant, Limburg en Luxemburg
Zijn honger, als potente edelman
Was al op jonge leeftijd niet te stillen
Hij was wat je wel noemt een Don Juan
En regelmatig nam hij het ervan
Gewoon, wat alle mannen stiekem willen;
Hij stelde jongedames vaak de vraag:
Zou u voor mij uw rok op willen tillen,
En mag ik even voelen aan uw billen ?
Zo’n dame zei de hertog dan vaak: ‘Graag’
Je kon zijn wensen immers niet negeren
En deed dan wulps haar onderbroek omlaag
Maar soms vatte zijn vrouw hem in de kraag
Die tot hem riep: ‘Kom hier, ik zal je leren!’
De hertog kon hem dan maar beter smeren…
Wij krijgen straks een koning in ons land
Dat het een man wordt valt wel te riskeren
Een waterman met mouwen goudomrand
Die militaire eer kan respecteren
Een Willem die niet snel zal schuinsmarcheren
Erg charismatisch is hij echter niet
Maar wel een heer van stand, die wij dan eren
Met een massaal verdrongen Koningslied
Een koning die regeert met vaste hand
Symbolisch dan, hij zal niet meeregeren
Die linten knipt met inhoud en verstand
Modern is, en niet zwaait met jachtgeweren
Die over alles mee kan epibreren
Maar volk en vaderland ook overziet
Die twitteroorlogen kan modereren
Bij nationale rampen als dat Lied
En toch een Koningin, best ravissant
Goed ingeburgerd, en ze kan charmeren
Die dat gedoe om haar familieband
Zeer handig naar de kant kan manoeuvreren
Een paapse, maar zelfs dat valt te trotseren
De monarchie heeft maximaal krediet
Zo blijkt weer bij ‘t eendrachtig demonstreren
Omwille van dat foute crisislied
Oranje Boven! Want wij maintiendreren!
Een volk dat brullend uit de sloffen schiet!
Met onze taal valt niet te marchanderen!
Leve de Koning zonder Koningslied!