De paashaas is naar Paaseiland vertrokken;
Het voorjaar is op komst, de mensheid blij.
De meiden dragen al weer korte rokken
En stijlen ’t kapsel om tot zomerlokken
En uit de wieg klinkt baby’tjes-geschrei.

De poëzie is poëzie van mei:
Gaat over nieuwe liefde, samen hokken.
Bezoek de Efteling of een abdij.
(Natuurlijk met een Tongerloo daarbij).
Gesprekken zullen nimmermeer gaan stokken.

De lente sluit de winter grondig af.
De zon schijnt op je bast. Bepaald geen straf!

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Kaapren varen: Piet Heijn

Dekzwabber is hij op een haringbuis.
Het zeegat uit, op zeven zeeën varen,
(er waren nog geen leerplichtambtenaren
of gelijksoortig officieel gespuis).
 
Geleid door Poolster, God en Zuiderkruis
kiest hij het ruime sop, de woeste baren:
wat Spaanse matten voor het land vergaren
en rijk beladen met de boot naar huis.
 
Zijn leven lang blijft hij de Staten trouw,
maar zal dat nog verschrikkelijk bezuren
in strijd met een Oostender kapervloot.
 
Hij stuurt verkeerd en brengt zichzelf in ’t nauw.
De admiraal belandt tussen twee vuren,
hetgeen tenslotte uitmondt in zijn dood.