Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft





Het regent en de dagen blijven duister.
De wereld, in een nevel, o, wat grauw!
Het leven mist zijn vaart en kent geen luister,
De neuzen nat, de kelen voelen rauw.

Wat haken wij nu naar wat hemels blauw.
Wat zon, wat warmte, lijkt ons zoveel juister.
Wat haten wij dat nat, die waterkou:
Ons ongenoegen klinkt steeds ongekuister.

’t Verlangen blijft voorlopig onvervuld.
De maanden melden zich in vast gelid;
De regen zal nog heel wat weken dreinen.

’t Is tijd voor hete grogs en warme wijnen,
Het lichaam lijdt aan stijfte, jicht en spit.
Er zit niets anders op dan veel geduld…

 


(schilderij:Gregory Thielker)
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Distel




De poëzie is uit mijn lijf gekropen:
te vaak te lang, te veel te laat gewerkt.
De werkstroom heeft het andere verzopen.
Het mooie in het leven werd bezerkt.

Een oogklep hield mijn wijde blik beperkt.
Op hol geslagen bleef ik verder lopen.
Ik heb het eigenlijk niet eens gemerkt.
Mijn brein stond voor geen and’re prikkel open,

totdat er tussen scheefgezakte tegels
een klein maar dapper puntje groen ontspruit,
een distel die zich opmaakt voor de bloei.

Ik weet het wel, ’t is tegen alle regels,
dit moet er met de voegenkrabber uit,
maar ik bedenk me tien keer voor ik snoei.

Bundels