Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



 
(vrij naar Kavafis)

De reis gaat beginnen naar Ithaca’s stranden
Bezie je weg vrolijk en wens hem zeer lang
Je hebt niets te vrezen, je wordt toch niet bang?
’t Is meer dan genieten van kleurrijke landen.
Bespaar je de angst , - want dat is echt een schande –
Voor duivels, demonen, ’t getal van het beest
Die zijn hier te nimmer aanwezig geweest
Je neemt immers lot en je leven in handen?

Ja, wens dat je weg lang en vrolijk mag zijn
De zon te zien stralen, exotische kusten,
Leg aan in de havens, vier bot er je lusten
En koop er geschenken heel kostbaar of klein
Koop kralen van barnsteen, een kruik ambrozijn
Verplaats je daarna naar Egyptische steden
En leer van hun wijzen, van toen en van heden
En zet je des avonds tevree aan de wijn

Maar Ithaca, houd het wel steeds in gedachten
Het eens te bereiken blijft nochtans je doel
Geen haast echter, geef altijd toe aan gevoel
Blijf tot je bejaard bent heel rustig toch wachten.
Je reis gaf je steeds weer opnieuw verse krachten
En Itaca lag aan de basis hiervan
Je raakte al reizend steeds meer in de ban
Dus over geluk heb je zeker geen klachten

Al is het wat pover, het land treft geen schuld
Want Ithaca is voor jou niet meer verhuld
 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De Knoertendoder



De Knoertendoder schaamt zich dood.
Zijn konen kleuren purperrood
want hij heeft heel wat uit te leggen.
Hij durft het bijna niet te zeggen:
zijn levenswerk bleef onvolvoerd,
nog nimmer doodde hij een Knoert.

Zijn opa heeft hem indertijd
niet onsuccesvol opgeleid
met knots en slinger, bijl en blijde.
Helaas was bij diens overlijden
één kwestie nog onaangeroerd:
waaraan herkennen wij een Knoert?

Hij heeft een Gippel gif gevoerd,
een Polk geplet, een Murk gemoerd;
zelfs kraakte hij diverse Krangen –
het werd met hoongelach ontvangen.
Zo heeft hij jaren aangeklooid
en Knoerten doden deed hij nooit.

Net toen hij dacht: ’t zit me tot hier!
ontmoette hij een wijfjesdier
wier zoete zang hem zo ontroerde
dat hij haar vloerde en ontvoerde.
De bruid bleek Stoere Doerian,
de laatste Knoert van Knoertistan.

Nu strijdt zijn liefde met zijn trots:
nog steeds ligt onder ’t bed die knots…
In weerzinwekkend woeste dromen
weet hij zich soms niet in te tomen
en kleuren lakens purperrood.
‘De schat!’ zingt zij. ‘Hij schaamt zich dood.’