Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Men hoonde vader vals als Mensenkweker
En moeder op zijn plat als Baarmachien
Men vond hen maar konijnen, dat is zeker

Ik ben de trotse nummer zeventien
Er komen na mij nog vier lieve zussen
Ons Lieke, Liesje, Loesje en Francien

De doodgeboren Frans zat daar nog tussen
We stonden aan zijn grafje, samen sterk:
Zo'n groot gezin heeft haast uitsluitend plussen

Nu hoorde ik de paus recent verklaren:
De mens is geen konijn, stel paal en perk
Aan nageslacht. Dus daarmee zegt de kerk
Dat mijn verwekkers wel konijnen waren

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Plezant

Hier zit ik dan, in zwart gepeins verzonken,
en leg me neer bij treurnis' heerschappij,
want vriendschap die uitbundig werd geschonken,
leek op een dag de houdbaarheid voorbij.

Ik weet niet meer hoe onze stemmen klonken,
al liepen wij gestadig zij aan zij.
Een beeld dat, door de stroom des tijds verdronken,
mij plots weer overspoelt als bitter tij.

Ach, elke zee kent overslaande baren
en prikkend zout dat toch geen zwemmer let.
In plaats van naar dit druilerig sonnet
met uitgelopen inkt te blijven staren,

neem ik een zakdoek, koffie en pralinen.
Met chocola is het plezanter grienen.



Winnaar van de autobiografische sonnettenwedstrijd