Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Luchtfiets


Ik fiets geen lucht en bak geen sla
En bol geen knik
Ik jou geen jij en veer geen la

Ik lak geen lui en klak geen klik
En lier geen tier
Ik vecht geen bek en tak geen tik

Ik scheer geen gek en fluit geen flier
En bal geen voet
Ik slijp geen straat en waai geen pier

Met taal toch ben ik beregoed:
Ik haspel onvolprezen stoet


Luchtfiets

Tijd voor een nieuwe versvorm: de Luchtfiets.

Luchtfiets is een versvorm waarbij de dichter opzettelijk fouten maakt tegen de vervoeging van Niet scheidbare schijnbaar samengestelde werkwoorden en schijnwerkwoorden

Rinkelrooien, laveren, nachtbraken, kwinkeleren, luchtfietsen: dit soort werkwoorden lijkt samengesteld maar is dat niet. Het vermeende werkwoordelijke deel is een bestaand werkwoord. Het vermeende niet werkwoordelijke deel is niet per se aan een woordsoort gebonden, al is het meestal een naamwoord.
Bij vervoeging mogen deze werkwoorden niet worden gescheiden, vandaar de term Niet scheidbare schijnbaar samengestelde werkwoorden.

Scheidt men deze wekwoorden toch dan levert dat een ongrammaticale constructie op. Doet men dat structureel en bewust in een nonsensvers, dan is er sprake van een Luchtfiets.

Een Luchtfiets moet rijmen, maar gepaard rijm is uit den boze, wat betekent dat een luchtfiets uit minstens drie versregels bestaat. Het aantal versregels is vanaf drie vrij, net als het aantal heffingen per regel en het metrum dat uiteraard consequent moet worden toegepast. Ten slotte dit: een gedicht mag pas de naam Luchtfiets dragen als tweederde van het aantal versregels minstens één fout bevat tegen de onscheidbaarheid van Niet scheidbare schijnbaar samengestelde werkwoorden, (afronden naar boven).

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Planeet der Waalven





Ver in’t heelal draait een planeet
Die de planeet der Waalven heet
De Waalf is een merkwaardig soort
Die tot het mensenras behoort

De Waalf is doorgaans zeer charmant
Maar heeft geen voor-en achterkant
‘Terug’ is Waalven onbekend
Hij gaat slechts heen, dat’s evident

Dat levert rust in het verkeer
Ze gaan slechts heen, en nimmer weer
Hun gang is traag, zo traag als stroop
Maar zonder heen- en- weergeloop

Hun vorst, dat is de Opperwaalf
Een jonge man nog, amper twintig of zoiets


(Hoewel dit gedicht niet meedong naar de wedstrijd op 'twaalf' te rijmen is hij toch te mooi om te laten liggen, red.)

 

Bundels