Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Als ik nerveus de envelop bepotel
Vol twijfel op de kamer van mijn hotel

En mijn zo zuurverdiende geld sneu natel
Bestemd voor mijn verwenster uit Neuchâtel

Vind ik me meer en meer een stomme ezel
En worden spijt en schuldgevoel mijn gezel

Maar dan klinkt aan de deur een woest gejodel
Van Orsch, mijn meesteres, een beunend model

Ze commandeert me hitsig uit mijn zetel
En leidt me naar de bedmat aan mijn bretel

Ik krijg een blinddoek voor, de eerste wrevel,
Voel sporen, zweepje, hoor een smerig bevel…

Nog steeds als ik mijn beurse lijf behandel
Voel ik me een verpletterde frikandel

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Inzien



Die bluf van ’t oosten en het noorden,
verbeelding van de ergste soort
die ieder randstadsmens zo stoort,
het is beslist te gek voor woorden!

Het westen, prachtig glooiend oord,
vrij van die plattelandsgestoorden
en onontwikkelde ontspoorden,
dát is de plaats waar ’t WK hoort!

De rest van ’t land kan zo beklemmen;
’t is dor daar, dom en ondermaats
kan enkel maar heel somber stemmen.

Voor Loppersum dus tot aan Emmen
is dit advies wel op zijn plaats:
geen gas meer geven, maar flink remmen!