Geluk is voor de werkers en de dommen
Maar ach, wat zegt geluk in dit klimaat
Een huis dat meters onder water staat
Een baas die eist dat jij je rug blijft krommen

Geef mij een feeks, het kan me echt niet bommen
Die mij zelfs bij het dichten niet verlaat
Die ontevreden is en non-stop praat
Als ik haar eens een dag niet heb beklommen

Alles is veel voor wie niet veel begeert
Het land als vader blijft zijn rol verzaken
Tot die zich aandient in persoon van Hein

Dat heb ik na een dag geconcludeerd
Bescheten, op een stinkend onderlaken
Domweg gelukkig: het kon erger zijn=

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Voorlopige kennisgeving

Jolijn stond als een windhaan in het leven
Ze brak zich over elke scheet het hoofd,
Een zoekster die haar leven lang bleef zweven
En niemand haar vertrouwen dorst te geven

Hoe ik me ook voor haar heb uitgesloofd
Het jawoord heeft ze dertig jaar vermeden
Al waren wij een keer bijkans verloofd
Wat haar haast van haar zinnen heeft beroofd

Soms had zij liefst haar polsen doorgesneden
Ofschoon ze ook wel honderd jaar werd graag
Die kans hoort nu voorgoed tot het verleden
Want zij is domweg van de trap gegleden

Begraven of cremeren, is mijn vraag…
U hoort het morgen, of misschien vandaag



Frits Criens: 'Wat een toeval dat gedicht van Maarten Beemster. In mijn bundel die komend voorjaar bij de Contrabas verschijnt, staat een sonnet met nagenoeg dezelfde clou. De titel van de bundel wordt hoogstwaarschijnlijk: Zo’n plastuit lijkt mij ideaal. '