Intro

Mijn spot klonk aan de tapkast onverholen
‘Vierdaagse lopen, jongens, stelt niks voor’
Riep ik, ‘verstand op nul en loop maar door
Op weg naar suffe roem en gladiolen!’


Ik moest het met de weddenschap bekopen
Dat ik de voettocht dit jaar uit zou lopen

Dag 1

 

Het weer is tropisch laf, het asfalt smelt
Eczeem en schimmels teisteren mijn voeten
Ik zal om mijn prestige verder moeten
Terwijl mijn plastic rugzak schroeit en knelt 

De jongens staan al bij de finish klaar
En roepen fijntjes: ‘Nog drie dagen maar!’

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Opa



Hij merkt niet meer dat hij zich steeds vergist;
zijn zieke hersens zijn niet meer te spoelen.
Geen mens zal weten wat hij nog kan voelen,
hij huilt als hij weer in zijn luier pist.

Van binnen botst hij tegen vage mist,
van buiten tegen deuren, tafels, stoelen.
Hij snapt niet meer wat anderen bedoelen,
zit naast zijn levensweg als bermtoerist.

Twee jochies rennen dartel om hem heen,
behendig soepel, jong en snel ter been,
met stram en oud en dood nog onbekend.

‘Zeg jij mijn naam eens opa,’ zegt de een.
En als de oude stil blijft, klinkt meteen:
‘Wat ben jij dom! Ik weet wel wie jíj bent!’