Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

De start begint niet slecht, ik ben wat stijf
Maar ik verzwik een enkel niet veel later
Bij aankomst drink ik veel te veel koud water
De racekak spuit nog uren uit mijn lijf 

De jongens troosten mij, vol leedvermaak
En steken met mijn grootspraak flink de draak

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Reiger


Foto Henk Adema

In eigen tuin wil men geen buren zien,
dus wordt de schutting hoog gelijk een toren.
Wel is men zeer gespitst of men misschien
iets ruiken kan, of – liever nog – iets horen.

Een enkeling kan zijn nieuwsgierigheid
niet meer bedwingen, klimt naar ’t zolderraam, waar
hij heel soms in de hoogste zomertijd
een glimp opvangt van buurvrouws zonnend schaamhaar.

De reiger die zijn nek bespiedend buigt,
aanschouwt vanaf de nok het binnenleven.
De vrouw van nummer vijf wordt afgetuigd,
omdat zij slapen bleef op nummer zeven.

Het doet hem niets, want zijn verstilde ijver
geldt enkel gouden flitsen in de vijver.